Detail
ES-TRIN, artikel 1.01, lid 1.22 en 1.23 - Definities (Mobiele werkinstallaties)
Vraag:
Kunnen pontons waarop geen werkinstallaties staan, toch als drijvend werktuig worden gecertificeerd?
Antwoord:
- Een ponton wordt overeenkomstig ES-TRIN onder de definitie van “schip bestemd voor bouwwerkzaamheden” gecatalogeerd. Wanneer mobiele werkinstallaties op het ponton worden geplaatst, dan zou het ponton onder de definitie van “drijvend werktuig” vallen.
- Indien de eigenaar verwacht dat het schip in de toekomst met mobiele werkinstallaties zal worden gebruikt, kan de Commissie van Deskundigen het ponton als drijvend werktuig certificeren.
- Het ponton moet in dat geval over een bewijs van stabiliteit beschikken overeenkomstig de artikelen 22.07 en 22.08 voor alle installaties die hierop worden geplaatst. Indien de exploitant van plan is om met verschillende werkinstallaties werkzaamheden uit te voeren op eenzelfde ponton, dan moet er voor alle mogelijke situaties een bewijs van stabiliteit worden geleverd. Dit betekent ook dat de scheepseigenaar het ponton opnieuw moet laten keuren wanneer een werkinstallatie hierop geplaatst wordt die eerder niet was voorzien om op het ponton te staan. Het wordt wenselijk geacht om bij punt 52 van het Rijn-/Uniecertificaat een verwijzing op te nemen naar de goedgekeurde stabiliteitsberekening.
- De Commissie van Deskundigen kan in individuele gevallen andere berekeningen en tekeningen eisen.
CESNI/PT (23)m 60 rev. 1, BE1, CESNI/PT (23) 50 rev. 1, CESNI/PT (26)m 30, punt 8.1
Werkgroep voor technische voorschriften (CESNI/PT), Gemeenschappelijke bijeenkomst van de Commissies van Deskundigen
mobiele werkinstallaties, ponton, schepen bestemd voor bouwwerkzaamheden, drijvende werktuigen



